2 februari: Zo dicht bij de zevende hemel

Omdat er vandaag niet veel op mijn programma staat behalve Frans leren, laat ik jullie een kijkje nemen door het sleutelgat van de 7 ...

Voilà, de 7

Mijn bovenkamer is klein (hihi), dat weten jullie al! Maar even serieus: 7 mag dan wel de kleinste studio in het Townhouse zijn, hij is vreselijk knus. Toen ik ruim twee weken geleden moest kiezen tussen de 6 en de 7, hoefde ik geen twee keer na te denken.

Ik heb

  • een kleine kledingkast voor mijn kleren.
  • een prachtige goudgele fluwelen fauteuil waar ik nooit op zit (waarom niet?).
  • een comfortabel bed waar ik ook echt in lig als ik niet achter de computer zit. Ik maak dit bed elke dag op: ten eerste ziet het er anders rommelig uit (Muddi houdt daar niet van), en ten tweede oefen ik bijna elke dag het vechten met de deken ...
  • een dressoir - met een fluwelen kruk eronder (mijn plank voor de SZ edities die ik van thuis heb gekregen: bedankt Martin) en een tv erboven.
  • een bijzonder elegant donker behang met een gouden patroon (erg jaren 20, zou ik zeggen) op de tv-muur.
  • een tafel (die met de computer) waar ik ofwel eet ofwel werk (d.w.z. schrijf).
  • twee stoelen.
  • een kleine keuken met magnetron en twee kookplaten (allemaal al gebruikt: ik zweer het!).
  • een kleine badkamer met douche.

Als Oliver langskomt, zegt hij altijd dat ik mezelf zo mooi heb gemaakt. Dat vind ik heel lief. Maar ik geef het toe: ik versier zelfs het kleinste kamertje. Want zo wordt het mijn kamertje. Dus ik ben ...

... bijna op de zevende hemel!